Waarom we dingen geloven die niet waar zijn

We zijn slim. Tenminste, dat denken we graag. Mensen kunnen verbanden leggen die andere dieren ontgaan. Handig, want zo geven we betekenis aan de wereld. Maar het maakt ons ook vatbaar voor een hoop onzin. En dat werkt zo.


1. We zien patronen in willekeurige informatie


Een groot deel van het succes van de menselijke soort hangt op één eigenschap: dat we snel en intuïtief causale verbanden kunnen leggen. De keerzijde? We zijn niet alleen gevoelig, maar vaak overgevoelig voor verbanden. We zoeken (en wie zoekt zal vinden) dus ook patronen in dingen die echt helemaal niks met elkaar te maken hebben.

In Bad Science – in het hoofdstuk met de veelzeggende titel Waarom intelligente mensen domme dingen geloven – zegt psychiater en wetenschapsjournalist Ben Goldacre:


“Proberen een veelomvattend inzicht in de wereld te krijgen op basis van herinneringen aan je eigen ervaring is net zoiets als door een lange kartonnen buis naar het plafond van de Sixtijnse kapel staren: misschien herinner je je nog welke stukjes je hier en daar hebt gezien, maar zonder systeem en model zul je het algehele beeld nooit op waarde kunnen schatten.”

Als je door een kartonnen koker naar het plafond van de Sixtijnse kapel kijkt, zie je nooit het hele plaatje.


Je hebt een systematische benadering nodig om échte patronen in de werkelijkheid vast te stellen. Wetenschap biedt zo’n systematische benadering. Met vaste afspraken. En ingebouwde methodieken om denkfouten te voorkomen. Tenminste, zoveel als mogelijk.

Vertrouwen op je eigen waarneming en intuïtie brengt je mogelijk ergens in de buurt van een waarheid. Maar het kan je ook zomaar opschepen met een in elkaar geflanste plafondschildering waar Michelangelo absoluut niet vier jaar voor op z’n rug op een steiger zou zijn gaan liggen en waar hij zeker weten zijn handtekening niet onder gezet had.

2. We zien onjuiste causale verbanden


Toen ik 12 was (en ik nog vlees, vis en eieren at, vegetariërs gekke mensen vond en dacht dat veganisten altijd sokken-in-sandalen dragen), maakte mijn moeder op een vrijdagavond een kipschotel met kippenpoten, rijst, paprika en tomaat. Na het eten kreeg ik ineens hevige buikpijn en toen ik zaterdagochtend wakker werd kon ik niet meer rechtop lopen.

Acute blindedarmontsteking. Een kwartier na de diagnose lag ik onder zeil. (Geen tijd om er tegenop te zien ook. Werkte dat altijd maar zo.)

Daarna vond ik Baskische kip niet meer lekker. Maar echt niet. Terwijl ik heus wel wist dat mijn blindedarm niet ontstoken geraakt was door de kookkunsten van mijn moeder.

De pijn en de kipschotel waren op de een of andere manier met elkaar verbonden. En in deze situatie wist ik tenminste rationeel wel dat mijn associatie nergens op sloeg. Maar zo helder is het niet altijd.

Na een piek móet altijd weer een daling komen


Er is een effect dat in de wetenschap regressie naar het gemiddelde genoemd wordt. Dit betekent zoveel als: na een extreme piek of een extreem dal, volgt altijd weer een ‘normalere’ waarde. Dat moet. 

Voorbeeld: veel mensen hebben last van rugpijn. Is er geen sprake van een acute blessure of een andere vast te stellen kwaal, doen veel mensen daar niks aan. Die rugpijn hoort er gewoon bij. 

Maar dan wordt de rugpijn ineens héél erg.

Dat is het moment dat je iemand inschakelt. Een fysiotherapeut. Een acupuncturist. Een homeopaat.

De pijn neemt weer af.

Dat komt door de fysiotherapeut / acupuncturist / homeopaat. Toch?

Nouja. Uit te sluiten is dat natuurlijk niet. En jij ervaart dat wel zo.

Maar het is goed mogelijk dat de afname van jouw rugpijn niet te danken is aan de hulp die je gezocht hebt, maar aan de wet van de regressie naar het gemiddelde. 

3. We gaan op zoek naar informatie die onze verwachting bevestigt


We vinden het fijn als een verwachting bevestigd wordt. En dus zoeken we naar bewijsmateriaal dat onze verwachting steunt. Dat alleen al maakt ons superselectief.

Maar nou is het ook nog zo, dat we de neiging hebben om aan bevestigende informatie meer waarde toe te kennen dan aan informatie die zegt dat we onze verwachting bij moeten stellen. 

Dat er misschien toch iets anders aan de hand is. Dat het patroon niet zo in elkaar zit als we dachten en dat het plafond van de Sixtijnse kapel er héél anders uitziet als we niet door een kartonnen koker kijken.

Die informatie komt ons niet goed uit. En dus schuiven we die onbewust sneller opzij dan informatie die ons beter uitkomt.

4 Onze aandacht gaat automatisch naar dingen die bijzonder zijn


Onze aandacht wordt automatisch getrokken door dingen die afwijken. We kunnen niet naar álles kijken.

Onze aandacht gaat automatisch naar dingen die afwijken.


En dus zijn we goed in filteren. En het allerbeste zijn we in het filteren (en onthouden) van beelden. 

Lees ook: Beelden werken beter dan woorden. Onthoud meer met deze geheugentechnieken.

Een stuk minder goed zijn we in cijfers. Die grijpen onze aandacht minder. En we onthouden ze ook minder goed.

Niet sexy? Een tabel. Of een grafiek.

Wel sexy? Een sappige anekdote of een tranentrekkend interview.

Dat is wat je aandacht trekt.
Dat is wat blijft hangen.

Dit maakt ons supervatbaar voor anekdotisch bewijs. En maakt dat het ontzettend moeilijk is om een verhaal dat ten onrechte is gaan leven door een beroemdheid / journalist / therapeut / andere vorm van autoriteit onderuit te halen met (in principe) overtuigend wetenschappelijk bewijs. Al heb je het nog in zo’n mooie draaitabel gezet.

5. Sociale beïnvloeding


Genoeg gronden voor denkfouten dus. Maar daar komt nog eens bij, dat we niet per se onafhankelijke individuele denkers zijn. En omdat we zo graag willen dat onze eigen verwachtingen en overtuigingen bevestigd worden, zoeken we sociale situaties op waarin we bevestigd worden en bouwen we relaties met mensen die in ons straatje denken.

We volgen graag de rest van de kudde.


Als ik een steekproef in mijn omgeving doe naar politieke voorkeur, lijkt het alsof in Nederland maar twee, misschien drie partijen meetellen. Maar als je kijkt naar de zetelverdeling in de Tweede Kamer, is dat natuurlijk onzin.

Meer weten over hoe je brein je dingen laat geloven die niet waar zijn? Leestips:

Share on pinterest
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on pocket
.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *