Waarom snappen hoe je hoofd werkt belangrijk is

Een opgeruimd hoofd vraagt om goed breinbeheer. Leren hoe dingen in je hoofd werken geeft je meer controle over je gedrag. Én over je gedachten. Want uiteindelijk zit bijna alles tussen je oren.

Regeer je geest of hij zal jou regeren – Horatius 

Je hoeft niet te weten wat er in je brein gebeurt om het de hele dag te gebruiken. Het enige wat je hoeft te doen als je ‘s ochtends wakker wordt, is bedénken dat je uit bed wilt en hop – voor je het weet trek je een vrolijk sprintje naar de douche. Of sta je je kantoorbaanritme te hekelen terwijl je je eerste koffie tapt.

Je spieren aansturen, waarnemen, praten, betekenis geven aan woorden die je leest of schrijft – als je de gelukkige eigenaar bent van een gezond brein met alles erop en eraan, hoef je er amper over na te denken. En over nadenken gesproken: daar hoef je dus óók amper over na te denken. Want ook nadenken gaat helemaal vanzelf. Bij de een misschien wat soepeler dan bij de ander. Maar toch: mooie dingen.

Alle processen in je hoofd die je nodig hebt om de dag goed door te komen, draaien automatisch. Dus waarom zou je energie steken in snappen hoe je hoofd werkt?

Dit is een goed moment om het even te hebben over wat er gebeurt als ik een keukenmachine koop.

Zo. Veel. Onderdelen.

In het laatste jaar van mijn studie was het er ineens: bananenbrood. En het was er niet alleen ineens, het was ook overal: op foodblogs, in koffiebarren en in de bakvormen van veel van mijn studiegenootjes. En terecht wel. Want bananenbrood is top. En het is ook nog eens heel makkelijk zelf te maken. Dat is namelijk vooral een kwestie van bananen en dadels vermalen tot pulp. Met een keukenmachine is dat zo gebeurd. Mes draait rondjes → bananen en dadels worden pulp. Simpel. 

De keukenmachine slash bananenpulpmaker die ik kocht, kwam met heel wat meer opzetstukken dan alleen dat mes. Een licht gênante 6 jaar later weet ik van de meeste onderdelen nog steeds niet wat ik ermee aan moet. Ze liggen in een la waar ik ze eens in de zoveel tijd met een weeïg schuldgevoel in mijn buik aan de kant schuif om iets te pakken wat ik wél gebruik.

Ik heb alle reden om te vermoeden dat mijn Go Go Gadget Bananenpulpmaker ook een Go Go Gadget Juliennesnijder, Go Go Gadget Sapjesmaker en Go Go Gadget Nog-iets-superhandigs is. 

Maar zolang ik iedere avond gewoon eten heb en af en toe een stukje bananenbrood bij de koffie, is mijn motivatie om uit te zoeken welke mij nog onbekende keukenmachinefuncties van deze keukenkikker een keukenprinses kunnen maken, niet heel hoog.

Uitzoeken hoe iets precies werkt, kost tijd en energie. En als je leven ondertussen gewoon prima verder kabbelt – of juist in de stroomversnelling zit – zet je het waarschijnlijk niet bovenaan je prioriteitenlijstje. 

Precies daarom ga je meestal waarschijnlijk voorbij aan hoe dingen werken in je hoofd. De onderdelen waarvan je niet precies weet wat je ermee aan moet, liggen immers prima in die la. Af en toe moet je misschien een beetje schuiven om ergens bij te kunnen, maar ach, je weet ook niet echt wat je mist. 

Het voelt vaak alsof de wereld om je heen zich gewoon aandient. Maar alles wat je waarneemt, denkt, voelt en doet, gebeurt allereerst in je hoofd. Inzicht in hoe het dáár werkt, geeft je dus de mogelijkheid om anders te kijken. Naar jezelf en naar alles en iedereen om je heen. 

Je brein is het centrum dat je lichaam aanstuurt

Op ieder moment komen er in je hersenen duizenden signaaltjes binnen en sturen ze duizenden signaaltjes door. Een indrukwekkend stukje techniek. Maar als je dat indrukwekkende stukje techniek in plakken snijdt, lijkt de binnenkant vooral op een rollade. Kijk maar (of niet natuurlijk). Een rollade die alles bij elkaar zo’n anderhalve kilo weegt. 

Heel ver terug in de evolutie was er helemaal geen brein, alleen ruggenmerg. Dat is de snelweg van informatie die door je wervelkolom loopt. Langzaam verdikte het ruggenmerg het controlecentrum van je lichaam: het brein. Samen met het ruggenmerg vormt je brein het centrale zenuwstelsel. In Hersenen voor in bed, op het toilet of in bad leggen neurobiologen Han Geluk en Matthijs Oude Lohuis op een toegankelijke manier uit hoe dit zit. Zegmaar: voor mensen die geen hersenen studeren, maar wel hersenen hebben.

De verdikking van het ruggenmerg werd met de tijd steeds complexer: er kwamen steeds meer functies bij. Dit zie je terug aan de locatie van verschillende lichaamsfuncties in onze hersenen. 

Hersengebieden. Wat zit waar?

Als je vanaf je ruggenmerg omhoog gaat, vind je in de hersenstam eerst de oudste functies. Denk aan je hartritme en ademhalen. Daarna kom je uit bij de kleine hersenen, waar bijvoorbeeld je coördinatie zit. Daarna kom je uit bij die worstige kronkels die we meestal voor ons zien als we aan het brein denken: de grote hersenen. 

Die grote hersenen zijn verdeeld in verschillende kwabben, met verschillende motorische en zintuiglijke functies. Met pas helemaal voor- en bovenaan de ‘hoogste’ evolutionaire functies. Zoals redeneren, plannen, complexe emoties en zelfcontrole. Dit filmpje maakt kort en visueel duidelijk wat waar zit: 

Bron: JufDanielle (tip: klik vooral een keer rond in haar Youtube-kanaal als je geïnteresseerd bent in een heldere uiteenzetting van andere functies en delen van je lichaam)

Als je het zo ziet, lijkt je hoofd best wel overzichtelijk. Maar het brein is het meest complexe orgaan dat we hebben. Datzelfde geldt overigens ook voor andere diersoorten. En hoewel je bepaalde functies dus kunt toewijzen aan specifieke gebieden, denken wetenschappers steeds minder in termen van hersengebieden en steeds meer in hersennetwerken.

In Concentratie legt hoogleraar cognitieve psychologie Stefan van der Stichgel uit, dat je hersengebieden kunt vergelijken met het wegennetwerk in Nederland: verschillende steden hebben eigen functies, maar of Nederland succesvol functioneert hangt vooral heel erg af van de snelheid van vervoer tussen verschillende steden. 

Ons brein evolueert langzaam, maar de wereld verandert snel

Maar in hoeverre is het wegennetwerk in ons hoofd toegerust op de transportvraag van de samenleving van de 21e eeuw? Van der Stichgel spreekt over een aandachtscrisis. We zitten vastgekleefd aan mobiele telefoons, die stuk voor stuk een grotere processorkracht hebben dan het controlecentrum van de Apollo-missie van 1968. We krijgen elke dag veel meer informatie te verwerken dan onze voorouders ooit voor mogelijk hielden. 

Want evolutie gaat langzaam. Heel langzaam. Terwijl technologische ontwikkelingen juist heel erg snel gaan. In Focus AAN/UIT schetst neuropsycholoog Mark Tigchelaar met een situatie wat dat betekent voor ons concentratievermogen. 

Je bent nou eenmaal geen nootjes pellende oermens

Als je in de oertijd het vermogen had om met je volledige aandacht nootjes te pellen, was dat niet echt handig. Het was zelfs behoorlijk gevaarlijk. Beter hoor je een tijger aankomen voordat hij z’n tanden in je nek zet. Onze hersenen zijn dan ook geprogrammeerd om afgeleid te worden en niet per se om ons te concentreren. Dat is alleen net iets minder handig nu onze afleiding bestaat uit bliepjes en pop-ups in plaats van uit hongerige tijgers en de meeste mensen geen nootjes meer pellen maar denkwerk verrichten in kantoortuinen (met heel veel collega’s die ook snel afgeleid zijn).

De wereld om ons heen veranderde, maar ons brein veranderde niet mee. Dat is in principe geen probleem. Je moet alleen weten hoe je daarmee omgaat. 

Zie je brein als de hardware – daar kun je niet veel aan veranderen. Maar je bepaalt zelf welke software je erop zet. Welke apps je downloadt en welke je lekker aan je voorbij laat gaan. En hoe volhardend je blijft proberen om hardnekkige spam met een korte tussenstop in de prullenbak definitief uit je hoofd te verwijderen.

Haal het juiste gereedschap in huis

Goed breinbeheer dus. Voor een opgeruimd hoofd. En dat gaat natuurlijk veel verder dan concentratie. Want hoe bewust ben jij je van het effect van slimme marketingtrucs op jouw gedrag? Hoe scherp weet je in vergaderingen de zin van de onzin van je collega’s te onderscheiden? En waak je eigenlijk ook kritisch voor de dwaalsporen en denkfouten in je eigen brein? 

Denken, voelen en interacteren met anderen. Snappen hoe dat werkt in je hoofd, betekent dat je het gereedschap in huis hebt om in elke situatie te reflecteren op wat er gebeurt. En daarmee creëer je voor jezelf de mogelijkheid om in te grijpen. Waar nodig, of gewoon: waar leuk of fijn. Voor jou of voor iemand anders. 

Op BuutBrein schrijf ik over alles wat tussen je oren zit. Niets missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Share on pinterest
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on pocket
.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *