Onthoud meer met deze geheugentechnieken

Ons brein is de afgelopen 10.000 jaar vrijwel niet veranderd. Maar ondertussen zijn wij wel overgestapt op kantoorbanen, netwerken en vreemde talen leren. Met geheugentechnieken overbrug je het gat tussen de mogelijkheden van ons oerbrein en wat leven in een informatiesamenleving van je vraagt.


Wens jij jezelf ook wel eens een beter geheugen? Logisch. De meeste informatie die je voor je neus krijgt, ben je namelijk supersnel weer kwijt. Hoe snel precies, legde psycholoog Hermann Ebbinghaus eind 19e eeuw vast in zijn vergeetcurve. Na een uur ben je de helft vergeten, na een dag kun je daar nog 14% van aftrekken en een week later nog eens 10%. Daarna gaat het vergeten in een lichte daling gestaag door.

Interessant boek gelezen vorige week? Met levensveranderende inzichten en subtiele kunsten om geen fuck meer te geven en meer te verdienen en minder te werken?

Top. Maar de kans is groot-groter-grootst dat je een week later alleen nog maar een vage notie hebt van hoe dit boek je leven ook alweer helemaal op z’n kop ging zetten. 

Geheugen in tijden van Google


Informatie opslaan kan in ontelbaar veel apps. Die apps structureren die informatie ook nog eens voor je. Of pushen het op het juiste moment met zo’n notificatie waar je brein geen nee tegen kan zeggen.

Ad hoc-vraag? Google algoritmet er wel een antwoord voor je uit. En die Google, die is de beroerdste niet: die haalt precies hetzelfde antwoord zo vaak als nodig tevoorschijn als de vergeetcurve van Ebbinghaus zijn werk weer gedaan heeft. 

Waarom het nog steeds belangrijk is om dingen te kunnen onthouden. Gewoon intern, zeg: in je hoofd

  • Tentamenvragen zijn nog steeds bedoeld om de kennis in je hoofd te toetsen en niet je kennis van online informatie opzoeken.

  • Een presentatie van iemand die een verhaal voorleest of te sterk leunt op zijn PowerPoint-presentatie (en lees in mijn tips voor het geven van een breinvriendelijke presentatie vooral nog eens na waarom iedereen op de hele wereld en ver daarbuiten sowieso zou moeten stoppen met Powerpoint) is niet te volgen zo saai.

  • Tijdens een sollicitatiegesprek je kwaliteiten – inclusief voorbeelden van wat je bij een vorige werkgever zoal gedaan hebt met die kwaliteiten – voorlezen van een spiekbriefje, wekt niet echt vertrouwen.

  • Dat Google Translate de betekenis van alle woorden in de wereld kent, helpt jou niet als je in een Chinees vissersdorpje probeert uit te leggen dat je dodelijk allergisch bent voor alle soorten zeedieren en of ze die dus alsjeblieft ver weg willen houden van jouw kommetje rijst.

  • En dan zijn er nog die dingen die zelfs Google niet weet. Denk: oh nee, hoe héét deze persoon ook alweer? En: wanneer was mijn nichtje ook alweer jarig?

En het goede nieuws is: in al deze situaties bieden geheugentechnieken uitkomst.  

Maar eerst even uitleggen hoe dat nou precies werkt, iets onthouden


Om maar met de teleurstelling te beginnen: helemaal precíes weten we het niet. Maar we weten wel een heleboel. En met we bedoel ik niet we-ik, maar we-mensen-die-daar-onderzoek-naar-doen-en-slimme-dingen-over-opschrijven. En die lees ik dan. 

En daardoor weet ik bijvoorbeeld dat je ongeveer 100 miljoen hersencellen hebt, die elk 5.000 à 10.000 verbindingen kunnen leggen met andere hersencellen. En dat is wat er gebeurt als je iets onthoudt: je hersencellen leggen nieuwe verbindingen.

Dat betekent dat je hersenen continu veranderen. Fysiek. Élke keer dat je iets bijleert. Of meemaakt. Of bedenkt.

Op fysiologisch niveau is een herinnering een netwerk van associaties 


Hoe groter dat netwerk van associaties is, hoe makkelijker het is om er nieuwe kennis in te knopen. En omdat die nieuwe kennis het netwerk nog groter maakt, wordt het nog makkelijker om nieuwe kennis op te vangen en vast te knopen.

Het is dus makkelijker om iets te leren dat aansluit bij kennis die je al stevig verankerd hebt in een netwerk van hersencellen. 

En meer knooppunten maken het niet alleen makkelijker om bij te leren, ze maken het ook makkelijker om kennis op te roepen. Je hersenen werken namelijk associatief. Je kunt ze niet systematisch doorzoeken. Je moet dus een knooppunt triggeren voor je op je gemak het hele netwerk af kunt struinen. 

Als je iets niet terug kunt vinden, dan is dat dus niet omdat je een slecht geheugen hebt. Dan is dat omdat je een menselijk geheugen hebt. Afgestemd op menselijke behoeften.

Alleen is je brein dus nog steeds afgestemd op de behoeften van mensen uit de oertijd


En dat is soms een beetje balen, want dat betekent dat jij geprogrammeerd bent om twee typen informatie heel makkelijk te kunnen onthouden: 

  • Visuele informatie

  • Ruimtelijke informatie 

Want dit had je nodig om gevaren in te schatten en je omgeving in kaart te brengen. Wat je toen niet nodig had – en wat je brein dus ook niet goed kan onthouden – zijn deze informatietypen:

  • Woorden

  • Cijfers

  • Abstracte dingen

En laten de meeste dingen die je tegenwoordig moet onthouden om een beetje te functioneren nou net in die categorie vallen. 

De oplossing is simpel: je moet informatie die je niet goed kunt onthouden omzetten in informatie die je wel goed kunt onthouden

Geheugenatleten zijn daar supergoed in. Zij zien het trainen van hun geheugen als een sport en houden kampioenschappen waar ze dingen meten als “wie de meeste pakken kaarten kan onthouden in één minuut”. Of ze leren gewoon even de hele Ikea-catalogus uit hun hoofd. In één week. Zoals de geheugenatleet in dit filmpje:


Ik herhaal: de HELE catalogus.

Zelf zeggen geheugenatleten daarover dat ze een heel gewoon brein hebben. Dat jij óók de hele catalogus van de Ikea uit je hoofd zou kunnen leren.

Even los van of je dat zou willen, klinkt dat onwaarschijnlijk. Toch?

Dat vonden wetenschappers in ieder geval wel. Daarom bekeken zij hersenscans van geheugenatleten. Op die scans zagen ze dat er inderdaad niks anders was aan de hersenen van mensen met verbluffende geheugenprestaties. Het verschil zit in de hersengebieden die actief zijn als ze proberen om dingen te onthouden of terug te halen.

Bij geheugenatleten zijn dit – anders dan bij “normale mensen” de gebieden die te maken hebben hebben met het visuele geheugen en ruimtelijke navigatie

Precies die twee dingen waar je oerbrein zo goed in is. 

Geheugentechniek 1: Niet meer stampen – onthoud woorden door ze om te zetten in beelden


Als je geheugentechniek gebruikt om woordjes te leren, laat je stampen dus voor wat het is en verzin je in plaats daarvan voor ieder woord een beeld. Je maakt niet-visuele informatie alsnog visueel, zodat je brein het makkelijker op kan slaan.

Nou klinkt dat als heel veel werk: voor ieder woord een uniek beeld verzinnen. Maar dat klinkt alleen maar zo, omdat dat ook zo is.
Dus. 

Maar het loont wel. Waarom?

Even terug naar wat een herinnering is: een netwerk van associaties. En hoe meer associaties, hoe meer knopen. En hoe meer knopen, hoe makkelijker het is om een herinnering terug te halen.

En precies daarom werken beelden zo goed. Je slaat het kortetermijngeheugen over en knoopt de nieuwe woorden rechtstreeks en stevig vast in een web van associaties in je langetermijngeheugen. Dat je brein daarvoor actief aan het werk moet, draagt extra bij aan het duurzaam onthouden.

Natuurlijk heb ik dat zelf ook uitgeprobeerd.

Thaise woorden omzetten in beelden


Thai heeft voor mij geen enkel raakvlak met talen die ik al ken. Niet in woorden, klanken of alfabet.

Maar ik ga binnenkort een paar maanden naar Thailand en zou dan op z’n minst graag op het niveau willen zitten van “goeiemorgen, gaat het goed?” en “bedankt, de curry was lekker”.

En dus probeerde ik het omzetten van woorden naar beelden uit met de Thaise persoonlijk voornaamwoorden.

  • Ik (v) = chan

  • Ik (m) = pom

  • jij = kun

  • hij = kau

  • zij = tee

De tip uit de literatuur is, om de beelden vooral raar te maken. Want rare beelden sla je beter op. Dus dit is hoe de Thaise persoonlijk voornaamwoorden er nu in mijn hoofd uitzien:

Jackie Chan zit op mijn schouders en zwaait met pompoms. Jackie Chan gooit zijn pompoms naar het hoofd van mijn vriendin Cuny die net thee zit te drinken, met haar handen stevig om een grote dampende mok omdat ze het koud heeft.

En het werkt. Want ik heb het onthouden. Net als de andere woorden die ik daarna omzette in beelden.

DUS BINNEN EEN WEEK SPRAK IK VLOEIEND THAI!

Nee natuurlijk niet.

Maar ik kan wel wat woordjes onthouden. Zonder stampen en zonder herhaling. En ze zakken niet weg als ik een paar dagen niet oefen – wat mij betreft al dikke winst.

En het rare is: die beelden hoeven niet eens zo gek veel te maken te hebben met de betekenis van de woorden die je probeert te onthouden. Zolang je deze punten maar volgt:

  • Je moet dingen en personen gebruiken die je kent, maar de beelden die je daarmee maakt moeten uniek zijn. Zo heb ik wel eens een film met Jackie Chan gezien, maar heeft Jackie Chan nog nooit met pompoms op mijn schouders gezeten.

  • Als iets raar, grappig of obsceen is, onthoud je het beter. Kun jij niks aan doen. Is de schuld van je brein. Ga erin mee.

  • Maak het beeld levendig. Hoe meer zintuigen je gebruikt, hoe beter. Heeft je beeld een bepaalde geur of maakt het een bepaald geluid? Bedenk het.

En dezelfde methode werkt heel goed om namen beter te onthouden. 

Je onthoudt beter dat iemand bakker is dan dat iemand Bakker heet


In de psychologie wordt dit de Bakker/bakker-paradox genoemd. Als je proefpersonen een foto laat zien van een meneer en erbij zegt dat hij Bakker heet, is de kans veel groter dat ze dat vergeten dan wanneer je dezelfde man laat zien en erbij zegt dat hij bakker is.

De naam Bakker is een losse informatieflodder. Het beroep bakker knoop je meteen vast in een netwerk van allerlei eerdere associaties die jij hebt met dat beroep. 

Maak dus een beeld bij de naam van mensen die zich aan je voorstellen en koppel die aan hun verschijning. Stel je meneer Bakker dus voor als een bakker. En zet meneer De Vries een gekke muts op omdat hij het koud heeft. Zo voorkom dat je aan het eind van een voorstelrondje al niet meer weet hoe de eerste persoon in het rondje ook alweer heette. 

Geheugentechniek 2: Heb je een serie van informatie die bij elkaar hoort? Verspreid je beelden over een route


Soms heb je natuurlijk ook informatie die bij elkaar hoort. 

  • Je hebt een aantal onderwerpen die je wilt behandelen tijdens een presentatie. 

  • Je wilt een stappenplan of checklist onthouden.

  • Je moet voor een tentamen een lijst met begrippen onthouden. 

Bedenk dan voor ieder punt een apart beeld en plaats de beelden langs een route die je goed kent. 

Het enige wat je dan hoeft te doen om de informatie weer op te halen, is in je hoofd de route aflopen. Deze geheugentechniek wordt ook wel het geheugenpaleis of de loci-methode genoemd.

Klinkt omslachtig – challenge accepted.

En dus vroeg ik BuutBoyfriend Tim om 15 superwillekeurige dingen op te schrijven. Ik zou niet stampen, alleen lezen en een geheugenroute maken.

In je werkgeheugen passen gemiddeld 7 en maximaal 9 items, dus onthouden met één keer lezen is normaal gesproken fysiek onmogelijk.

  1. Tomorrow never dies

  2. Krokodil

  3. Bamboe-riem

  4. Toetsenbord

  5. Sleutelbos met zes sleutels

  6. Rob Geus

  7. Kortingspasje van de Score

  8. Ipanema-slippers

  9. Bankier

  10. Huurcontract

  11. Een mok met een gebroken oor

  12. Zwembad

  13. Telefoonhoesje met oortjes

  14. Philip de Hoop

  15. Once upon a time in the East


Ja kijk.

Zomaar willekeurig dingen opschrijven is best wel een rare opdracht en best wel moeilijk.

Laten we dus niet oordelen over wat het over Tim zegt dat dit de eerste dingen waren die in hem opkwamen.

En nu we toch bezig zijn om niet te oordelen, laten we dan vooral ook niet oordelen over de beelden die ik over het huis van mijn ouders verspreid heb om dit lijstje op te slaan

Komt-ie hè. Spoiler-alert: geen Jackie Chan.

  1. Dus ik sta bij mijn ouders voor de deur en daar zit Annie, je weet wel, dat roodharige weesmeisje dat altijd Tomorrow zingt. Annie wordt doorboord door een groot zwaard, wat vrij typisch is, want ze zingt nog steeds en gaat niet dood

  2. Ik doe de deur open en zie onder de trap een krokodil in een zwevend paar billen bijten terwijl ik op de achtergrond dat irritante deuntje van hap-hap-met-je-krokobil hoor. 

  3. Op het kastje waar mijn ouders de sleutels bewaren zit een panda. Hij kauwt op een riem zoals je panda’s normaal bamboe ziet knagen.

  4. Als ik de woonkamer binnenloop, zie ik op de eettafel een groot verkeersbord liggen met allemaal pianotoetsen erop. 

  5. Waar normaal de kandelaars staan, staat nu een bos. In de bomen hangen sleutels. Mijn zus zit ook in een boom, zodat ik niet vergeet dat er zes sleutels zijn.

  6. Op de salontafel staat mijn oud-collega Rob verkleed als watergeus

  7. In de open haard ligt het mannetje dat in mijn hoofd het logo van de Score is (maar achteraf het logo van de Foot Locker blijkt te zijn – vindt mijn geheugen geen probleem) te smeulen met in zijn hand de zak geld die ik bespaard heb mijn mijn kortingspas

  8. Naast de bank sta ik (I). Ik houd een pan vast met mijn ma. We dragen allebei slippers

  9. De bank zelf verdwijnt nog net niet in de mond van Holle Bolle Gijs die Bank-hieeerrr roept. 

  10. Op weg naar de keuken zit op de grond een hoer die tussen haar benen een contract tekent. 

  11. Ik loop naar de keuken waar Tim op het aanrecht zitten te mokken omdat zijn oor gebroken is. 

  12. Bij de gootsteen aangekomen zie ik dat die veranderd is in een zwembad

  13. In dat zwembad drijft een telefoonhoesje. Het hoesje blijft drijven met twee grote uitstekende oren

  14. Voor het koffieapparaat staat Jan de Hoop te flippen. 

  15. En achter de keukendeur zit de boze heks uit Once upon a Time me aan te kijken in Tim’s t-shirt met Amsterdam Oost erop.

Deze manier van onthouden kost me minder moeite dan stampen en het lijstje blijft verrassend goed hangen

  • Het bedenken van de beelden kostte me 7 minuten. Ik heb het lijstje niet herhaald en kon het een paar uur later foutloos opdreunen. Gewoon, door me in te beelden dat ik bij mijn ouders voor de deur stond en dat rondje te lopen.

  • Inmiddels ben ik een paar weken verder en weet ik het nog steeds.

  • Het willekeurige lijstje dat ik zelf bedacht heb en aan Tim gegeven heb om te onthouden, ben ik helemaal vergeten. Ik weet alleen nog konijnenpantoffels en Frozen 2. Hij heeft de items verspreid over de kaart van Zuid-Amerika en kan ze op ieder willekeurig moment opdreunen.

Werkt dit ook met langere lijstjes?


Ja, check! 

Werkt dit ook met veel langere lijstjes?


Nou, Maleisisch geheugenatleet Yip Swee Choo plaatste 56.000 woorden uit het Chinees-Engels-woordenboek op zijn eigen lichaamsdelen. Dus ik zou zeggen: ja. Maar daarvoor moet je vooralsnog bij Yip zijn en niet bij mij. 

Als dit zo goed werkt, waarom weet dan niet iedereen dit?


Goeie vraag. Het lijkt mij best een goed idee om dit soort dingen op school te leren. Ik had het graag eerder geweten.

Vroeger kenden in ieder geval de mensen die een opleiding kregen deze technieken. In zijn Oratore vertelt Cicero dat hij voor ieder onderwerp dat hij wil aansnijden in een redevoering een beeld langs een route zet. 

Het Engelse woord voor onderwerp, topic, komt dan ook voor het Griekse woord voor plaats: topos. En over plaats gesproken: dat wij nog steeds zeggen in de eerste plaats is ook een erfenis van het geheugenpaleis. 

Maar jij weet het nu en kunt dus lekker geheugenpaleizen gaan bouwen. En als je routes en gebouwen tekort komt: Amerikaans geheugenkampioen Scott Hagwood gebruikt luxewoningen uit Architectural Digest. Of pak de Ikea-gids voor 2020 er vast eens bij. 

Meer weten over hoe je geheugen werkt en over geheugentechnieken?
Joshua Foer – Het geheugenpaleis
Boris Konrad – De geheimen van ons geheugen

Share on pinterest
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on pocket
.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *