10 tips voor het geven van een onvergetelijke presentatie (+ bonustip)

Natuurlijk is het belangrijk dat een presentatie leuk is - voor jou én voor je publiek. Maar dat is niet je doel. Je doel is dat mensen iets van je leren. En dat ze dat ook nog eens onthouden. Geef je presentatie dus zo, dat het voor het brein makkelijk is om de kennis op te slaan in het geheugen.


Een presentatie geven maakt bij iedereen emotie los. Waar de een het superleuk vindt om voor een grote groep te staan (want: adrenaline en een vrijbrief om volkomen sociaal geaccepteerd zelf heel veel aan het woord te zijn), is de ander als de dood dat mensen niet zullen lachen om grapjes of vervelende vragen zullen stellen.

Onthoud: het gaat erom dat je presentatie blijft hangen


Uiteindelijk gaat een presentatie natuurlijk niet om de presentatie zelf. Het gaat om wat er gebeurt ná de presentatie. 

  • Kunnen jouw teamgenoten de marktinzichten die jij gedeeld hebt dan toepassen op hun eigen werk? 

  • Heeft jouw inspiratiesessie niet alleen geïnspireerd, maar weten mensen die erbij waren een maand later nog wat ze moeten dóen met al die inspiratie? 

  • Herinneren potentiële klanten jou de volgende keer dat ze iemand nodig hebben als de expert binnen jouw vakgebied? 

Is het antwoord op die vragen “ja”, dan is dat supertof! Want dan heb jij met één presentatie onwijs veel impact gehad. Gelukkig hoef je dat niet van het toeval af te laten hangen – daar kun je gewoon op sturen. Met deze tips grif jij jouw presentatie in het geheugen van je luisteraars.

1. Vertel wat je gaat vertellen


Maak aan het begin van je presentatie meteen heel duidelijk wat je gaat vertellen. Daarmee geef je het brein een kleine voorsprong. Zie het geheugen als een grote archiefkast: als het brein weet wat het kan verwachten, kan het alvast een plank vrijmaken in het geheugen. Met voor ieder onderwerp een map en een label. Deel dus met je publiek:

  • Het doel van de presentatie: wat moeten mensen weten of kunnen na jouw verhaal?

  • In welke stapjes je naar dat doel toewerkt. Kom daar tijdens je presentatie ook op terug: welke stapjes heb je nu gehad en welke stapjes moeten nog komen?

2. Activeer de voorkennis van je publiek


Vraag mensen wat ze al weten over het onderwerp van jouw presentatie. Maak er een groepsgesprek van. Hierdoor activeer je in de hersenen van je publiek alvast de begrippen en voorbeelden die te maken hebben met jouw onderwerp. En die zij dus al kennen.

Het activeren van voorkennis helpt bij het opslaan van informatie


Kennis die je luisteraars zo kunnen oplepelen, komt uit hun langetermijngeheugen. En dat is top! Want als er al kennis over jouw onderwerp in hun archiefkast zit, betekent dat dat er al een plankje ís – daar hoeven ze de nieuwe kennis dus alleen nog maar bij te schuiven. Je kunt je vast voorstellen dat dat een stuk minder energie kost dan een nieuwe plank inrichten. De bespaarde energie kan je publiek gebruiken om naar jou te luisteren.

Je geheugen zelf kun je niet terugvinden op een bepaalde plek in je brein. Het geheugen is een hersenfunctie, waar verschillende hersengebieden bij betrokken zijn. Door aan een grote archiefkast te denken, kun je wel beeldend maken waarom het helpend is om voorkennis te activeren: je brein weet dan al waar het de nieuwe kennis op moet slaan.

3. Gebruik geen tekst ter ondersteuning van je verhaal


Powerpoints met hele verhalen? Slides met bulletpoints? Stop ermee. Mensen kunnen geen twee dingen tegelijk. Of beter gezegd: niet twee dingen die allebei om bewuste aandacht vragen. Multitasken is een illusie. En lezen en luisteren tegelijk is een poging tot multitasken. Lezen mensen je slide? Dan luisteren ze niet meer naar jou. Dat is geen kwestie van of ze op willen letten, dat is een kwestie van hoe ons brein werkt. En wanneer het gaat tussen jou en het scherm, dan wint het scherm. Sorry.

Afgeleide mensen onthouden dingen die jij niet gezegd hebt


Een bijkomstig gevaar is, dat ons brein altijd een verhaal zonder gaten wil. De kleine stukjes informatie die een luisteraar mist door het lezen van slides, vult hij daarom in met zijn eigen verwachting. Onbewust – hij denkt dus achteraf écht dat het zo gezegd is als hij zich herinnert. 

4. Vraag of mensen laptops en telefoons uitzetten


Ja, ook als ze die willen gebruiken om aantekeningen te maken. Tenzij die apparaten losgekoppeld zijn van de wifi, komen er namelijk gewoon allerlei berichten en notificaties binnen. En zelfs al wil je luisteraar dat niet, de aandacht gaat automatisch naar wat er op het scherm gebeurt. En dus niet naar jouw presentatie.

5. Geef mensen korte pauzes om aantekeningen te maken


Nu je van jouw presentatieruimte een laptop- en telefoonloze zone gemaakt hebt, is het tijd om kladblokken te verbannen naar korte schrijfpauzes. Want ook schrijven en luisteren is twee dingen tegelijk doen – en dat kunnen onze hersenen niet. Spreek met je publiek af dat je na ieder sub-onderwerp een paar minuten stopt, zodat ze kort de hoofdpunten voor zichzelf op kunnen schrijven. Gewoon, in een paar steekwoorden.

Een extra voordeel van schrijfpauzes voor het geheugen van je luisteraar


En er is nog een manier waarop schrijfpauzes het geheugen van je luisteraar stimuleren. Doordat mensen actief graven naar wat jij net verteld hebt – in plaats van passief opschrijven wat jij op dát moment zegt – ontstaan er diepere sporen in het geheugen. Het is namelijk best moeilijk iets wat nog maar een paar minuten geleden gezegd is in eigen woorden op te schrijven. Het vraagt een actieve houding van onze hersenen ten opzichte van de kennis, en die maakt dat we het beter onthouden. Kunnen je luisteraars ergens niet meer op komen? Dan kun jij het natuurlijk altijd nog aanvullen. 

6. Gebruik beeld om de inhoud te ondersteunen


Dat je je tekstslides thuis hebt gelaten, wil niet zeggen dat je powerpoint helemaal af hoeft te zweren. Of prezi. Of je whiteboard. Ga vooral los met beeld. Beeld is namelijk de taal van ons geheugen. Mensen onthouden beelden beter dan woorden en al helemaal beter dan getallen. Dat komt, omdat ons leven in vroegere tijden in grote mate afhankelijk was van hoe goed we onze omgeving in kaart konden brengen – Google Maps is niet meer weg te denken uit ons leven, maar in evolutionaire zin een vrij jonge verschijnsel.

Houd het simpel: geen ingewikkelde grafieken en tabellen


Stort je dus op plaatjes, maar vermijd uitgebreide grafieken en tabellen. Daarvoor geldt hetzelfde als voor tekst: als mensen bezig zijn je grafiek of tabel te ontcijferen, is dat een tweede bewuste activiteit en luisteren ze niet meer naar jou.

7. Sluit aan bij de emotie van je publiek


Ons brein heeft een beter geheugen voor emotie, dan voor informatie. Dat is een handige functie bij het opslaan van situaties met emotionele betekenis. Zoals de geboorte van je kind. Of het oprichten van je eigen bedrijf. Maar het is minder handig als je voor je baan of studie een grote hoeveelheid informatie probeert toe te voegen aan je parate kennis. Of wanneer je  met je presentatie probeert een grote hoeveelheid informatie toe te voegen aan de parate kennis van anderen.

Onderbouw je verhaal met voorbeelden die emotie triggeren


Gelukkig kun je dit emotionele geheugen van ons ook prima gebruiken in het voordeel van je presentatie. Onderbouw je verhaal met voorbeelden die grappig of verdrietig zijn. Heb je een vies voorbeeld? Top! Walging werkt ook goed. Of kies voorbeelden die een beetje over de top zijn – rare dingen onthouden we namelijk ook veel beter dan alledaagse dingen. Net als dat we een heel goed geheugen hebben voor dingen die ons boos maken – beetje provoceren misschien?

8. Las vaak genoeg een pauze in


Los van de schrijfpauzes: geef voldoende échte pauzes. Concentreren kost ons brein een hoop energie. Na een tijdje nemen we gewoon niks meer op. Doorgaan is dan zinloos. Over waar die grens precies ligt, verschillen wetenschappers van inzicht. Maar hij ligt ergens tussen een half uur en een uur. Waarschijnlijk merk je het ook wel aan je publiek.

Het brein heeft tijd nodig om informatie op te slaan en zelf op te laden


Een paar minuten pauze doet al wonderen voor een moegepraat brein. Zeker als mensen tijdens die pauze ook nog bewegen (misschien de koffie aan de andere kant van het gebouw verstoppen en erbij zeggen dat er zelfgemaakte muffins van je moeder bij liggen?) en er geen laptop of telefoon bijpakken. Alleen dan kan het hersennetwerk dat zich bezighoudt met archiveren ongestoord aan de slag met de nieuwe informatie. Terwijl het werkbrein het werkblad opschoont en de voorraad van stofjes die nodig zijn voor concentratie aanvult. 

9. Zet het brein van je luisteraars aan het werk


Ons brein is graag actief. Hoe actiever ons brein met informatie aan de slag gaat, hoe beter we het onthouden. Dat weten we ergens natuurlijk allemaal wel. Omdat je woordjes in een andere taal veel beter leert door ze toe te passen dan door ze te lezen bijvoorbeeld. En omdat je nog veel meer weet over onderwerpen waar je vroeger op school een werkstuk over gemaakt hebt, dan over onderwerpen die getoetst werden met multiple-choice-vragen. 

Bedenk een opdracht


Tijdens het maken van aantekeningen tijdens de schrijfpauzes, is het brein van je luisteraars al actief aan de slag. Kijk of je dat nog kunt aanvullen met een ander interactief element. Misschien kun je een korte opdracht bedenken waarmee mensen nog tijdens de presentatie na moeten denken over het toepassen van hun nieuwe kennis.

10. Zie je mensen afdwalen? Dan moet je sneller praten


Oké, als jij zo iemand bent die van zichzelf al supersnel praat, kun je deze tip overslaan. Maar voor langzame sprekers en sprekers met een gemiddeld spreektempo kan dit heel goed werken.

Sneller praten dwingt mensen om beter op te letten


Ons werkbrein heeft ruimte voor een bepaalde hoeveelheid activiteit. En die ruimte móet gevuld zijn. Is er ruimte over? Dan trekt dat afleiding aan. Luisteraars die zich hiertegen willen wapenen kunnen doodles maken op een kladblok (let op: hersenloze krabbels, géén aantekeningen). En degene die de presentatie geeft kan zijn publiek bij de les houden door net iets sneller te praten. Je publiek moet dan meer moeite doen om je te volgen. Dat vult de lege ruimte in hun werkbrein, waardoor er minder plek is voor afleiding.

Bonustip: zorg ook na de presentatie voor herhaling 


Het beste onthouden we informatie, als we het herhalen. Met steeds langere tussenpozen. Hier heb je natuurlijk niet altijd controle over als je een presentatie geeft. Maar soms wel. Bijvoorbeeld als je je eigen team iets wilt leren waarmee ze na de presentatie ook echt aan de slag moeten. Of als je trainingen geeft binnen het bedrijf waar je werkt. Zorg in dit soort situaties altijd dat je de kennis uit je presentatie herhaalt. Dat kan er bijvoorbeeld zo uitzien:

  • Laat de informatie een dagje zakken en mail de aanwezigen dan het document met de informatie – dat had je immers ook beloofd. Stuur geen uitgeschreven verhaal: kernachtige korte zinnen maken dat je publiek in het eigen geheugen moet graven om het compleet te maken. Dat kan nog makkelijk, omdat de presentatie nog zo kort geleden is. Door de inspanning maken ze het spoor in hun geheugen weer een beetje dieper. 

  • Stuur een week later nog eens mailtje waarin je een aantal vragen stelt. Zeg dat je benieuwd bent wat mensen meegenomen hebben uit je presentatie: wat vonden ze het meest interessant of leerzaam? Vraag specifiek naar onderwerpen. Zo prikkel je het geheugen van je luisteraars weer even. 

  • Plan herhalingsmomenten in na een maand en na drie maanden. Daarin behandel je inhoudelijk hetzelfde, maar neem je bijvoorbeeld vragen mee van deelnemers: waar lopen ze in de praktijk tegenaan bij het toepassen van de kennis?


Dat was het – pak ze!

Heb je zelf nog een tip? Deel gerust hieronder, ik ben benieuwd.

Share on pinterest
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on pocket
.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *